Funding text 2017

Aan het Mondriaanfonds. Zondag 15 januari 2017.  
Aanvraag: Projectinvestering kunstenaar ‘KIRAC 2017’
(Funding was granted)

Toelichting

-Wat is KIRAC (Keeping it real art critics) en hoe kwam het tot stand?

Ik had het idee dat bepaalde gesprekken over kunst niet mogelijk waren in het publieke discours, en wel in de privé sfeer. Mijn ervaring in de kunstwereld leerde dat. Iedereen is daar met elkaar verbonden en je moet opletten met wat je wel en niet over kunst zegt om je positie niet te beschadigen. Ik vond dat beperkend en zocht naar een manier om dat geleidelijk aan binnenstebuiten te keren. Ik wilde een platform ontwikkelen waarmee dat kon. Natuurlijkerwijs moest het project een spontaan documentair karakter krijgen. Een extensie van die privé sfeer.

Ik begon het project uit persoonlijke motivatie, ik wilde gewoon mijn ei kwijt, maar inmiddels blijkt dat het best een frisse wind is, die positieve en negatieve reacties losmaakt. Daarnaast heeft KIRAC ervoor gezorgd dat we soms bijval krijgen uit onverwachte hoek. Een van de grootste kunsthandelaren van Nederland, Paul van Esch, heeft aangeboden een aflevering te financieren, en noemde ons op facebook naar aanleiding van aflevering 4, The Psychology of Jon Rafman:

“again (I have to admit) one of the best critical voices in reviewing art I have seen in a long long time. I have enjoyed this film, I had to smile big at its merciless and yet positive attitude (towards art in general and what to expect from it). There is still life after Art Forum.”

Hanne Hagenaars, curator en hoofdredacteur van kunsttijdschrift Mr. Motley, schreef als facebook reactie op onze eerste aflevering Verontwaardiging in de Appel:

“Wat een flauwe commentaar in deze film, ik heb intens genoten van de expositie van Saskia van Imhoff, Intelligent, en reflecterend werk, Het is ook zo irritant om publiekelijk een andere kunstenaar te dissen. Smakeloos.”

Jeroen Bosch van de website trendbeheer.com schreef over dezelfde aflevering:

“Ik ben fan van Saskia Noor van Imhoff maar ook van recensent Kate Sinha. Genadeloos en met kennis van zaken wordt niet zozeer de onderbuik geventileerd maar oprechte verbazing over wat eigenlijk zo zichtbaar is uitgesproken.”

Zowel de positieve als de negatieve reacties zijn tekenend voor iets dat ik al jaren zo ervaar, namelijk dat het hedendaagse kunstdiscours een periode van droogte doormaakt: men heeft de mooie, eerlijke, gevoelde negatieve gevoelens zodanig verwaarloosd dat sommigen er werkelijk om staan te springen, en anderen er geheel en al de smaak voor hebben verloren, zich überhaupt niet meer kunnen voorstellen dat je negatieve kritiek zou willen uiten. Doordat kunst en kunstsubsidie vanuit de populistische neoliberale hoek (Halbe Zijlstra) onder druk staan is het idee ontstaan dat kunstenaars elkaar onderling zo veel mogelijk moeten bijstaan. Mijn filmpje in de Appel over het werk van Saskia van Imhoff gold als een breuk met deze sociale code, ik was namelijk negatief over het werk van een Nederlandse kunst darling van mijn eigen generatie. Het idee dat ik mijn kritiek om die reden niet zou “mogen” uiten, zoals Hanne Hagenaars in bovenstaande suggereert, is een zere plek waar ik graag mijn vinger op wil leggen. Ten eerste omdat ik het heel erg interessant vind en graag wil weten hoe het komt, en ten tweede omdat ik het -uit beleefdheid- uitsluiten van negatieve gevoelens weldegelijk als een bedreiging ervaar voor een gezonde en gevoelde kunstbeleving (en beoefening).

Ergernis, verontwaardiging, verveling, balorigheid, haat, gelatenheid en onpasselijkheid behoren namelijk stuk voor stuk tot de kunstbeleving, en maken, mits goed onderbouwd, deel uit van de passie voor kunst; evengoed als bewondering, vrolijkheid, bekoring, overtuiging, sympathie, waardering, ontroering en dankbaarheid. De smaak als zijnde een ultieme vorm van cultivering roept dit soort diepgevoelde, primaire reacties op waar, bij een gevoelig en geoefend oog, vaak heel veel kennis en ervaring in meespreekt – de gevoelens zijn in feite niet te scheiden van de reflectie en achtergrondkennis, aangezien deze worden gevoeld. Daardoor kunnen die gevoelens, ook de negatieve, heel inspirerend zijn: vanuit ergernis bijvoorbeeld kom je soms tot hele scherpzinnige gedachtes, het is een soort brandstof voor de geest die ontsteking vindt in de manier waarop zij het voorgestelde publiek prikkelt. En het is de soort brandstof waar KIRAC op draait.

-Maar waarom maak je dan niet een keer een aflevering over werk dat je wél goed vindt?– Op dit moment vloei ik daarheen waar de leegte heerst, het kunstveld is een soort ecosysteem waarin verschillende krachten elkaar voortdurend verstoren – zodra één kracht de overhand krijgt, raakt het systeem uit balans, er treedt verzwakking op waardoor weer een andere kracht kan opschieten. In die zin kun je KIRAC vergelijken met de wolven die onlangs in het Amerikaanse Yellowstone Park werden geherintroduceerd. Zodra de wolven er waren, begonnen ze weer op de elanden te jagen, waardoor de elandpopulatie gezonder en beweeglijker werd, waardoor de waterkant niet meer werd over begraasd en de wilgen, die aan het verdwijnen waren, weer begonnen te groeien. Zangvogels en bevers keerden terug en vissen kunnen hun eitjes nu weer in de schaduw van de wilgen leggen, waardoor vissers in Yellowstone park weer vette vis vangen. De wolven vormden een belangrijke schakel in de keten van een gezond ecosysteem, en ik denk dat KIRAC op dit moment een beetje hetzelfde doet, en niet omdat ik in dienst sta van dat gezonde ecosysteem, ik ben een egoïstisch dier, net als de wolf, maar omdat ik de voorwaarde moet scheppen waaronder ik kunst kan bedrijven, en in mijn geval is dat door te jagen op datgene wat in mijn ogen de zwakke aspecten zijn van het hedendaagse kunstdiscours. Door kritiek te geven op kunst die ik niet goed vind, creëer ik ruimte om kunst te bespreken op mijn voorwaarden, ongeacht of dit nu goede of slechte kunst is. Dat ik daarmee ook een behoefte van anderen aanboor is eigenlijk alleen een interessant gevolg. Dat ik daarmee ook de weerzin van anderen oproep is evengoed een interessant gevolg.

-Opbouwen door af te breken. – Het kind slaat en trommelt op dingen om ze te leren kennen. De klanken die eruit voortkomen, het moment waarop iets breekt, en de woede van een boze ouder als gevolg, zijn allemaal gegevens aan de hand waarvan het kind de substantie en betekenis van voorwerpen leert kennen. Ik trommel op kunstwerken, kunstenaars, filmmakers, producenten, om te kunnen horen wat ze zijn, en weet dat goede kunst met geen mogelijkheid stuk te krijgen is: er is niets dat ik over Picasso, Bushman rotsschilderingen, Mozart, Velázquez, van Gogh, Dostojewski, en nog heel veel anderen, kan zeggen dat hen ook maar enigszins zou verminderen, laat staan breken. Bij goede kunst zijn de “gebreken”, zoals bijvoorbeeld de langdradigheid van De gebroeders Karamazov, of de sentimentaliteit van de blauwe periode van Picasso, een intrinsiek onderdeel van de praktijk, ze vormen een voorwaarde voor het goede, uitzonderlijke, en kunnen derhalve nooit afdoen aan het werk. Bij “getraumatiseerde” kunst zijn de gebreken zowel voor de kunstenaar als voor de kunst bepalend, waardoor het werk in een weliswaar beperkte zin heel waarachtig en ontroerend is (Mike Kelley, Tracy Emin). Maar bij slechte kunst kun je eigenlijk überhaupt niet van gebreken spreken. Omdat slechte kunst vaak geheel en al aansluit bij een bestaande ideologie, daar als het ware op is gegroeid als een soort schimmel, kies ik ervoor om deze schimmels in het vuur te gooien, te kijken welke dampen er vanaf komen en wat voor een schaduwen hun vlammen op de wand werpen- In de nevelen van de harde, negatieve kritiek die ik op slechte kunstenaars en hun werk uit, doemen vreemde kunstenaarsportretten op. Aflevering 4 is hiervan het meest geslaagde voorbeeld, The psychology of Jon Rafman is een portret van Jon Rafman zoals ik hem zie. Door me in te leven in zijn werk eigen ik me zijn psychologie, beweegredenen en karakter toe, en omdat ik werkelijk geloof in de invulling die ik daaraan geef, wordt mijn overtuiging onderdeel van het portret; juist door mijn eigen intuities, hyperbolische vergelijkingen en metaforen serieus te nemen bedrijf ik een vorm van theatraal realisme, zoals van Gogh die in De aardappeleters karikaturale vormen gebruikte om een realistisch portret te schilderen van een armoedig boeren gezin.

Wat je ziet in de video’s is dus echt, maar het is tegelijkertijd een vorm van geoefende botte oprechtheid. Ik kies bewust voor om dit in de video’s niet te verantwoorden, uit te leggen, of door middel van satire te relativeren (door bijvoorbeeld gekke kostuums te dragen) omdat dit naar mijn idee afdoet aan de serieusheid en de humor daarvan. Ik zie het namelijk als een vorm van humor als Kate aan het begin van aflevering 2 (Niet op deze manier) bloedserieus de oorlog verklaart aan een oppervlakkige, ambitieuze filmmaakster. Het is niet geacteerd, Kate is daar ook serieus, maar het is ook een momentopname die in de film, en als introductie, ineens een soort bizarre proporties aanneemt juist doordat Kate zichzelf daar zo serieus neemt. Daarnaast vind ik het oninteressant, en heb ik er misschien zelfs bezwaren tegen om de kijker bij de hand te nemen, gerust te stellen en op die manier voor me te winnen. Door de kijker het ongemak van de situatie zelf te laten ervaren kan de kijker ook zelf ondervinden hoe subjectief ik ben, en daardoor ZELF een positie innemen ten aanzien van hetgeen ik zeg en laat zien. 

Veel mensen ervaren daarom ongemak en zelfs afkeer bij de manier waarop ik in aflevering 2 producent Steven Rubinstein aanpak over de racistische film die hij aan het maken is, omdat ik wreed en geëmotioneerd ben, en omdat Steven niet goed uit zijn woorden komt. Hieruit blijkt heel duidelijk de manicheïstische neiging van mensen om mij, omdat mijn kritiek terecht is, te willen kunnen beschouwen als een goede held, die zijn gelijk op een objectiverende, rustige, sympathieke manier behaalt over een waardige tegenstander. Maar wat als ik mijn kritiek niet met zuivere intenties, maar met wrede en wraakzuchtige motieven bedrijf juist omdat mijn tegenstander een publieke functie en een zwak karakter heeft? Is dit niet onderdeel van de wereld? De titel Niet op deze manier slaat niet zozeer op de film van de producent, als wel op de eisen die men stelt aan de voorwaarden waaronder kritiek wordt bedreven: objectiviteit, beleefdheid en eenduidigheid. Oftewel eisen die in de praktijk elke vorm van kritiek bij voorbaat onschadelijk en gezapig maken. In deze aflevering heb ik zo realistisch mogelijk proberen vast te leggen hoe ieder zijn eigen redenen heeft om tot kritiek te komen, en wat er gebeurt als je deze kritiek probeert te uiten binnen een grachtengordelmilieu waarin iedereen “het elkaar gunt”. Het onverwachts en ongevraagd filmen van een telefoongesprek geldt daarbij als een voet binnen de deur van een wereld die zich normaalgesproken zorgvuldig afdekt met goede bedoelingen en ontwijkend gedrag, en zodoende altijd buiten schot blijft.

Tot slot kom ik tot mijn laatste ontdekking. De ontdekking van het persoonlijke. Waarom maak ik het zo persoonlijk? Waarom moeten de producent en filmmaakster publiekelijk bekritiseerd worden? Waarom worden Saskia Noor van Imhoff en Jon Rafman er met de haren bijgesleept? Het is toch het systeem dat fout is (de subsidie staat onder druk, jonge mensen worden tegenwoordig met hoge ambities opgevoed), en niet die arme mensen? Het antwoord is heel eenvoudig, namelijk omdat ik anders mijn verhaal niet kan doen. Het systeem als zodanig bestaat namelijk niet, is altijd een vereenvoudigde afgeleide van het specifieke, oftewel, de mensen zelf. Zodra je een film over “het systeem” gaat maken, kom je terecht in een versimpelde realiteit. In de film Hypernormalisation zie je waar dat op uitloopt: filmmaker Adam Curtis bespreekt aan de hand van BBC archiefmateriaal filosofische doemscenario’s waar we allemaal allang bekend mee zijn, en creëert daarmee niets meer dan een schaamteloze preek voor eigen parochie. Niet in de grote generaliserende modelleringen, maar in de specifieke menselijkheden spiegelt zich de wereld. Om opnieuw de metafoor van het trommelen op kunstenaars aan te halen: ik trommel op kunstenaars, producenten en filmmakers opdat zij heel even stollen in hun fluïditeit en kortstondig verantwoordelijk worden gehouden voor zichzelf, kortstondig verworden tot portretten van zichzelf.

Werkplan

Kirac als booster

De werkwijze van KIRAC kent twee verschillende modi. Enerzijds is er een langdurige en geconcentreerde focus op het doorgronden van een sociaaleconomische context waarbinnen kunstenaars tegenwoordig functioneren, en hoe dit tot uitdrukking komt in de kunst die zij maken. Anderzijds zijn er de korte, energieke uitbarstingen waarbij KIRAC vanuit deze focus reageert op relevante artistieke situaties zoals tentoonstellingen, kunstobjecten, filmprojecten en openbare kunst- discussies; uit deze uitbarstingen komen de afleveringen voort. Tezamen genomen vormen de afleveringen dus een lopend onderzoek waarbij hedendaagse kunst in een brede, maatschappelijke context komt te staan: KIRAC gebruikt gegeven situaties om haar culturele analyse tot stand te brengen. Met KIRAC 2017 wil ik aan deze methode de vrije loop geven en maximaal profiteren van de mogelijkheden die het kunstdiscours van 2017 biedt. In feite is KIRAC een soort ‘booster’ voor de duiding en betekenis van culturele evenementen in 2017.

Het centrale thema

De centrale focus van KIRAC Project 2017 is gebaseerd op de inzichten die voortkomen uit KIRAC 2016 die ik in de toelichting heb omschreven. Deze inzichten laten zich samenvatten tot de ontdekking dat kunstvoorwerpen, als gegeven, kunnen worden ontleed, en dat uit deze ontleding een helder beeld ontstaat van dominante opvattingen in onze huidige samenleving, en hoe deze dominante opvattingen samenvallen met politieke en economische realiteit. In de aflevering over Jon Rafman laat ik bijvoorbeeld zien welke opvattingen in zijn werk tot uiting komen, en waarom juist die opvattingen aansluiting vinden bij een internationale klasse van rijke, kunst kopende mensen; Rafman’s neo-christelijke moraal haakt specifiek in op manier waarop rijke mensen hun welvaart etaleren binnen een kapitalistische democratie. In KIRAC project 2017 wil ik verder ingaan op deze specifieke thematiek.

Methode

KIRAC gaat echt over spontaan reageren en gaandeweg ontwikkelen. Tegen het einde van 2016 maakten we ineens opnames van Jordan Wolfson’s tentoonstelling in het Stedelijk. Voor een aflevering die ik helemaal niet gepland of verwacht had. Ineens zag ik iets in die tentoonstelling met betrekking tot het idee van spektakelkunst, waar ik al langer over nadacht, en door het kijken naar zijn werk werd dat ineens bespreekbaar.

Maar omdat ik begrijp dat de commissie toch een zo’n concreet mogelijk beeld wil van KIRAC 2017, heb ik hieronder 5 geplande afleveringen uitgeschreven. We zijn van plan om tussen de 10 en 14 afleveringen te maken in 2017 en het is geen goed idee om die vast te gaan zetten. En waarschijnlijk zullen de 5 hieronder beschreven afleveringen nog van vorm veranderen.

KIRAC is dus gebaseerd op een mentaliteit, een houding, een filosofie, en een spontane ontwikkeling in de concrete wereld. In ons bezwaarschrift* hebben we geduid waarom dit niet betekent dat KIRAC lijdt onder een gebrek aan planning, maar dat onze open manier van werken juist de voorwaarde is voor KIRAC’s relevantie.

Lijst afleveringen

De 5 geplande aflevering worden niet openbaar gemaakt.